Normaal gesproken nemen we telefonisch contact op met de speler met wie we een Thursday Talk willen doen. Kan je je enigszins voorbereiden op de vragen die gesteld moeten worden en is de computer binnen handbereik om meteen mee te tikken. Maar dit keer ging het anders. Tijdens een interview voor het magazine, schoof hij toevallig even aan om gedag te zeggen en iedereen fijne kerstdagen te wensen. Gelukkig liep de dictafoon nog en werd zodoende het ongedwongen gesprek opgenomen en kon dit gebruikt worden voor deze Thursday Talk. Hij stond op de lijst voor een volgende episode, maar het was toeval dat Martijn Geerligs even aan tafel kwam zitten.

Het eerste dat de verdediger meldde was dat het toch best wel een gereis is vanuit Den Bosch naar Utrecht voor de trainingen en de wedstrijden. Als Utrechters weten we inderdaad hoe het is op de snelwegen rondom Utrecht en dat daar op veel dagen nauwelijks een doorkomen aan is. Gelukkig is het voor de inwoner van Den Bosch wel zo dat hij in de spits vaak de goede richting op gaat, terwijl de files aan de andere kant staan.

Laten we eerst even kort geschiedenislesje doen voor de mensen die niet op de hoogte zijn van het verleden van Martijn Geerligs. De ervaren verdediger (26) heeft al een behoorlijk rondje door Nederland gemaakt om bij de verschillende clubs te spelen. Zo speelde hij al bij Den Bosch, Geleen, Amsterdam, Zoetermeer, Tilburg en Nijmegen. Hij heeft de nodige wedstrijden in de BeneLiga op zijn naam staan en speelde op zijn vijftiende al bij Den Bosch op dat niveau.

Best wel een flinke hoeveelheid clubs gehad in je carrière. Hoe is dat zo gekomen?

“In veel gevallen was het om persoonlijke redenen dat ik ergens anders heen ben gegaan. Niet vanwege problemen of dat ik het niet leuk vond. Zo ging bijvoorbeeld Amsterdam een niveau lager spelen, terwijl ik nog graag op een hoger niveau wilde blijven spelen. In Geleen was toch wel het reizen dat me uiteindelijk ging tegen staan.”

In seizoen 2024-2025 kwam hij naar de Utrecht Dragons. Hoewel hij uit Den Bosch komt, is er de Utrechtse link vanwege zijn ouders die uit Utrecht komen.

Het is inmiddels je tweede seizoen bij de Dragons. Hoe bevalt het in Utrecht?

“We hebben echt een leuk team met goeie jongens. Dit jaar zijn er ook nog goede imports bijgekomen. De dynamiek in de groep is goed, een hechte groep, geen eilandjes. Ten opzichte van vorig seizoen zie je dat we echt ook stappen maken qua niveau. Ieder heeft weer wat meer ervaring, de jongens die erbij zijn gekomen zijn echte versterkingen voor het team. Zowel de imports maar ook jongens als Justin en Stef en dan heb je ook nog Brett in de goal. Een hele goede, volwassen keeper. Voor een verdediger is het heerlijk om zo iemand achter je te hebben staan. Bovendien is het ook nog een aardige gast.

Het is mooi om te zien hoe we elkaar steeds beter kunnen vinden. De spelers in de lijnen voelen elkaar steeds beter aan en je ziet dat we blijven verbeteren en groeien. Het wordt steeds meer een geoliede machine. Het bevalt me hier uitstekend, geen enkele noodzaak om elders te kijken. We hebben het goed voor elkaar bij Utrecht Dragons. Lijkt me heerlijk om mee te werken dit verder uit te bouwen.”

Het ijshockey leeft inderdaad weer in Utrecht. Hoe is dat om ook die groei te zien?

“Mooi dat het zo leeft in Utrecht. Steeds meer mensen op de tribunes. Dan is het ook leuk voor de fans om te zien dat we zo goed bezig zijn, onze wedstrijden weten te winnen. Vorig jaar zag je best nog wel dat sommige spelers moesten wennen aan volle tribunes, dat hebben ze nu ook in hun bagage. Door mijn BeneLiga ervaring was ik al wat gewend in Geleen en Nijmegen.

Hier in Utrecht is het zo gaaf dat het publiek aan twee kanten zit, dat geeft echt een heerlijk gevoel. Je hoort ook echt het publiek als er iets gebeurt op het ijs. Het hoeft niet eens bij een goal te zijn, maar ook bij mooie acties of combinaties. Van twee kanten komt dan het geluid. Terwijl er op sommige ijsbanen maar aan één zijde publiek zit.

Complimenten ook hoe het de mensen lukt om steeds meer toeschouwers naar binnen te halen. Dat valt toch ook niet altijd mee. Maar dan is het wel mooi dat we ze iets goeds kunnen bieden. Ik vraag me nog wel af of het zou werken om bijvoorbeeld op een andere avond of tijdstip te spelen. Of je dan makkelijker het publiek naar de Vechtsebanen krijgt. In Den Haag spelen ze op vrijdagavond, dan zit het er altijd vol. Mensen hebben toch vaak andere afspraken op de zaterdagavond. Of kijk naar Amsterdam, die spelen rond 17.30 uur. Ook daar is het altijd volle bak, terwijl als ze later op de avond spelen, het veel lastiger te vullen is. Maar misschien is de zaterdag 20.30 uur wel het tijdstip voor de Dragons. Vooralsnog mogen we niet klagen over de publieke belangstelling.”

Hoe kijk je vooruit naar de rest van het seizoen?

“Er komt nu een mooie fase in de competitie aan. Volgens mij spelen alle topploegen nog tegen elkaar. Dat geldt ook voor ons. De eerste wedstrijd (24 januari) moeten we naar Leeuwarden. Dat wordt een zware pot, maar ik vind dat we daar ook punten moeten kunnen halen. We verloren thuis, maar dat was redelijk vroeg in het seizoen en als we uit de stafbank weten te blijven, dan moeten we een resultaat kunnen halen. Die week daarop krijgen we Amsterdam thuis, dat wordt ook een mooie pot. Er is altijd goede rivaliteit tussen Amsterdam en Utrecht en wij hebben natuurlijk gewonnen in Amsterdam, waardoor zij ongetwijfeld revanche willen halen. Dus we zijn gewaarschuwd. Amsterdam heeft echt een goede ploeg, dus we kunnen aan de bak.

We spelen ook nog thuis tegen Eindhoven en de laatste wedstrijd uit in Nijmegen. Het is dus een belangrijke fase en wat mij betreft leuk om te spelen. Ik vind ook dat we in deze wedstrijden juist wel wat te bewijzen hebben naar onszelf. De wedstrijden die we verloren tegen deze teams, we zijn daarin nooit weggespeeld. Sterker nog, een aantal stonden we voor en hadden we niet hoeven te verliezen. Dat is wel iets voor onszelf om voor te vechten om nu wel die overwinningen binnen te halen. Dan gaan we met opgeheven hoofd de play-offs in.”