Thursday Talk met Johnny Baker

Zoals dit seizoen gebruikelijk met een uitwedstrijd voor de boeg hebben we weer een Thursday Talk en is de keuze gevallen op onze laatste nieuwe import. Mensen die voor het eerst een ijshockeywedstrijd bekijken, hebben vaak moeite de puck te volgen. Maar op de Vechtsebanen schaatst er nu een speler die ook nauwelijks te volgen is. De snelheid van Johnny Baker is ongelooflijk. Er zullen maar weinig spelers in de eredivisie zijn, die zich sneller over het ijs bewegen dan de 25 jarige Amerikaan. Je hebt soms medelijden met zijn medespelers die zich de benen onder het lijf moeten schaatsen om de assists van Baker te kunnen ontvangen. Gelukkig gaat dat zijn teamgenoten goed af, getuige de 11 assists die hij al op zijn naam heeft staan (gemeten voor de wedstrijd tegen Eindhoven).

Na vier seizoen ijshockey voor Framingham State University maakte hij in december 2024 de overstap naar Europa om in Italië te gaan spelen.

Waarom ben je naar Italië gegaan?

“Ik was best wel vroeg klaar op college en het leek me wel een mooi avontuur om naar Europa te gaan. Ik sprak met mijn coach en hij vond het ook een goed idee om het te proberen op een hoger niveau. Ik ben in het bezit van een Italiaans paspoort en toen ben ik vertrokken naar Brixen/Bressanone dat op het tweede niveau in Italië speelt. Het was maar voor twee maanden maar het is me uitstekend bevallen.” In Italië speelde Baker zes wedstrijden met 1 goal en 3 assists.

En nu dan in Nederland. Hoe ben je daartoe gekomen?

“Ik was in gesprek met een aantal teams toen Gerwin contact met mij opnam of ik niet naar Utrecht Dragons wilde komen. Hij had een goed verhaal over de club en de stad en hoe het leeft in Utrecht. Het leek mij een goede stap om te maken. Ik was nog nooit in Nederland geweest maar had daar wel al goede dingen over gehoord.

Ik woon nu in Utrecht en waar ik wel verbaasd over ben is het enorme aantal fietsers. Kom natuurlijk uit Amerika, waar steden gebouwd zijn op autoverkeer, maar hier is het echt anders. Maar wel leuk, bovendien is het ook wel goed voor de conditie.”

Je bent hier sinds augustus. Bevalt het tot nog toe?

“Het is altijd even wennen, ander land, andere gewoonten. Ook de ijsbanen zijn groter dan in Amerika, dus dat was ook even aanpassen, maar ik denk dat het voor mijn spel zeker niet slecht is. Ik heb het prima naar mijn zin. Ben heel goed opgevangen sinds mijn komst. Toen ik hier net was belde Wessel (Copier) naar mij en Hunter om ons mee te nemen naar de stad en heeft ons rondgeleid. Dat voelde meteen goed. Hij is zeker belangrijk geweest voor ons in de beginperiode om ervoor ons te zijn.”

We hebben een leuke spelersgroep en werd ook meteen opgenomen in het team. Uiteraard is het prettig dat je als import het idee hebt dat je welkom bent.”

Wat vind je van het niveau van de competitie?

“Het verschilt natuurlijk met Amerika doordat daar de banen kleiner zijn. Je krijgt dan een anders soort spel. Sowieso is iedere competitie anders. Ik heb nog niet tegen alle clubs gespeeld maar het is wel opvallend dat er best wel grote verschillen zitten tussen de teams. Nijmegen en Leeuwarden zijn echt van een ander niveau dan bijvoorbeeld Tilburg en Geleen. Maar het is wel goed om te zien dat we tegen de topteams hebben laten zien dat we mee kunnen doen. Tegen Leeuwarden hadden we eigenlijk moeten winnen, maar na de problemen met de klok, kantelde de wedstrijd en dat was echt niet nodig geweest. In de komende wedstrijden tegen Eindhoven en Amsterdam moeten we laten zien dat we ook tegen die clubs resultaat kunnen halen (interview vond plaats voor de wedstrijd tegen Eindhoven, red.).

Deze wedstrijden moet je gewoon op je best zijn en volledig gefocust. Tegen de wat mindere teams denkt iedereen aan aanvallen, maar in de topduels moeten we ook verdedigend ons mannetje staan. Je kunt bij dit soort wedstrijden niet verslappen. Maar het zijn wel de mooiste wedstrijden op het scherpst van de snede.”

Zijn je verwachting naar aanleiding van het verhaal van Gerwin uitgekomen?

“Dit is pas mijn tweede jaar in Europa, waarbij mijn eerste in Italië eigenlijk maar twee maanden was. Ik kwam niet echt met bepaalde verwachtingen hierheen. Uiteraard hoop je dat je in een goed team op een goed niveau komt te spelen en na de gesprekken met Gerwin had ik wel goed gevoel, maar je moet toch altijd even afwachten hoe het is. Maar het is uitstekend, goed naar mijn zin en we doen dus goed mee in de competitie.”

Tevreden met de coaches?

“Iedere coach heeft een andere stijl, maar Tonny is een goede coach. Terwijl het toch lastig moet zijn om met de blessures en schorsingen om te gaan die we krijgen.  Je moet iedere keer het team omzetten. Het is echt ongelooflijk hoe makkelijk ze hier spelers schorsen, heb ik echt nog nooit meegemaakt. Vier schorsingen in zo’n korte periode. Ik heb tijdens mijn ijshockeycarrière nog niet in één seizoen vier schorsingen meegemaakt, laat staan in dit tijdsbestek. In Amerika is het spel veel fysieker door de kleinere baan, in Nederland is het meer schaatsen en puck handling. Dat is wel het spel dat mij meer ligt.”

Hoe is het om ver van huis te zijn?

“Ik hou van reizen, dus dat is geen probleem. Het is een mooi avontuur om hier te zijn. Met alle technische mogelijkheden is het ook makkelijk om in contact te blijven met familie en vrienden. Met bijvoorbeeld face-time is het net alsof je tegenover elkaar in één ruimte zit. Maar heb zeker geen heimwee, ben een volwassen man, die zoals ik al zei, het leuk vindt om te reizen.

Wat wel leuk is, is dat mijn moeder en mijn broer komen met Thanksgiving deze kant opkomen. Dat is natuurlijk wel speciaal en kijk ik ook wel naar uit.”

Hoe vind je de sfeer in het stadion bij de thuiswedstrijden?

“De fans zijn fantastisch. Zij maken veel herrie, mooie spandoeken, dat geeft een heerlijk gevoel om in te spelen.

Hoe kijk je naar de toekomst?

“Daar ben ik niet echt mee bezig. Ik hou me bezig met het heden, wedstrijd voor wedstrijd. Maar ik heb het hier goed naar mijn zin, dus wie weet hoe het verder gaat. Eerst dit seizoen maar tot een goed einde brengen.”

Foto’s: Daan Kalksma