
Thursday Talk met Tim Schaasberg
Hoewel we de Thursday Talk met een speler normaal gesproken voor een uitwedstrijd doen, liep de plaatsing vorige week vertraging op, maar we willen dit leuke item niet langer op de plank laten liggen. De gebruikelijk game preview die we voor een thuiswedstrijd doen met onze coach verschuift daarom naar morgenavond.
In de eerste drie artikelen heb ik gesproken met drie nieuwe aanwinsten, maar er zijn natuurlijk nog genoeg spelers die nog niet eerder aan bod zijn gekomen voor een Thursday Talk. Daarom hoogste tijd om één van hen in de spotlights te zetten. Hoewel hij voor de supporters, die al langer de Dragons volgen misschien een ervaren speler is, is hij pas 21 jaar, maar speelt hij inmiddels al voor het vijfde jaar bij de Utrecht Dragons. In het seizoen 2019-2020 speelde hij bij Den Bosch voordat hij naar de Dragons kwam.
Waar één van de speerpunten van het Utrechtse beleid is om zoveel mogelijk Utrechtse jongens in het team te hebben, is Schaasberg zeker niet van Utrechtse makelij, al woont hij inmiddels wel in de buurt van de Domstad, namelijk in IJsselstein.
“Ik ben geboren in het ziekenhuis van Roermond. Mijn ouders woonden toentertijd in Nairobi in Kenia, maar mijn moeder wilde geen risico nemen met de bevalling en is daarvoor naar Nederland teruggekomen. Na een paar maanden zijn we weer naar Kenia gegaan (waar mijn broer overigens wel geboren is). Ik heb daar twee jaar gewoond, waarna we 8 jaar in Canada hebben gewoond. Daar ben ik dus met het ijshockey in contact gekomen. Daarna ruim 2 jaar naar Nederland en toen naar Suriname. Toen moest ik noodgedwongen stoppen met ijshockey. Daarna ben ik zelf naar Heerenveen gegaan en heb ik bij een gastgezin gezeten. Mijn moeder is in Zambia geboren en mijn vader in Canada (die ook half Canadees, half Nederlands), dus ik ben de enige van ons gezin die ook daadwerkelijk in Nederland is geboren.
Ik ben op mijn vijftiende naar Heerenveen gegaan vanwege de goede opleiding en de mogelijkheid om daar in een gastgezin te kunnen verblijven. Bovendien kreeg je daar de topsport status waardoor er ook rekening gehouden werd met school en het dagelijkse ijshockey. Na een jaartje ben ik naar Den Bosch gegaan waar ik in de U17 heb gespeeld en daarna ben ik naar Utrecht Dragons gegaan.”
Wat doe je naast het ijshockey?
“Ik ben dakdekker. Heb nog wel geprobeerd iets met studie te doen, maar dat was nog niets voor mij. Maar dat kan altijd nog. Ben natuurlijk nog jong, dus wie weet.”
Sinds ik de Dragons volg, zit jij inderdaad al bij de selectie. Dus was verrast dat je eigenlijk nog zo jong bent. Je viel me in het begin vooral op omdat ik je vaak op de strafbank zag, maar nu ik wat meer naar je leeftijd kijk en zie hoe speelt, is dat wel wat meer te begrijpen.
“Hahaha, ja, ik zat in de eerste jaren best wel vaak op de strafbank. In Canada was het toch allemaal wat fysieker en daar heb ik wel mee moeten leren omgaan. Moet zeggen dat het wel steeds beter gaat, al heb ik soms ook wel het idee dat ik iets meer gezocht wordt door de scheidsrechters. Ik vind ook wel dat we in Nederland niet te ver door moeten slaan. Het is en blijft toch een fysieke sport. Ik probeer er in ieder geval aan te werken om minder emotioneel te reageren en daardoor minder in het bankje te zitten.”
Ik spreek Tim in de week na zijn uitsluiting in de wedstrijd tegen Leeuwarden.
“Daar was echt niet zoveel aan de hand. Gelukkig zijn er beelden die laten zien dat ik echt geen check to the head maakte, ik zak zelfs nog een stukje in om me kleiner te maken. Op de beelden zie je ook gewoon dat de tegenstander wel naar het ijs gaat, maar ook weer snel overeind staat. Ik hoop echt op vrijspraak, want de beelden laten zien dat het meevalt”, (Tim is door de bond toch voor 1 wedstrijd geschorst, alleen nu ineens voor kneeing en heeft die schorsing uitgezeten tegen Tilburg, red.).
Hoe bevalt het inmiddels bij de Dragons, veel veranderd ten opzichte van het eerste seizoen?
“Ik kwam hier toen ze volgens mij met het tweede seizoen eredivisie begonnen. Dat is echt wel een wereld van verschil met nu. Stefan (Collard) was onze coach en er was nog niet veel. Je betaalde contributie, we gingen met eigen auto’s naar uitwedstrijden. Imports hadden we nog niet. Het is nu echt 100% beter geworden. We kunnen nu meedoen met de grotere clubs. We hebben goede imports kunnen halen. Het mooie is wel dat in de hele eredivisie die groei er is, bijna alle clubs hebben nu wel imports kunnen halen. De onderlinge verschillen worden kleiner. Dat is een goede ontwikkeling.
Ook onze faciliteiten worden steeds beter, het kan natuurlijk altijd beter, maar we gaan echt de goede kant op. We moeten wel zorgen dat de verhoudingen niet teveel uit elkaar groeien in de selecties.”
Betere selecties, betekent ook verder doorselecteren. Hoe kijk je daar tegenaan?
“Natuurlijk is het vervelend als er spelers wegvallen die al een tijd bij ons spelen, maar het is natuurlijk wel zo dat het steeds professioneler wordt en dan hoort dit er helaas wel bij. Het is ook goed om weer jeugd uit de eigen opleiding bij de selectie te halen en ze zo de kans te geven om te groeien.”
Hoe kijk je naar de rest van het seizoen? Waar gaat het eindigen?
“Als we het allemaal bij elkaar houden zonder al teveel blessures en we blijven hard werken, dan kan je echt wel voor de top 4 gaan. In de play-offs kan er dan van alles gebeuren, dan weet je het nooit. Dat zijn toch aparte wedstrijden.”
Hoe bevalt het met al die fans op de tribune?
“Dat is echt fantastisch. Tegen Leeuwarden die mooie sfeeractie, waar zie je dat nou in de Eredivisie? Het is heerlijk om mee te maken dat er steeds meer mensen op de tribune zitten, zeker nu ook al vroeg in het seizoen. Steeds meer seizoenkaarthouders. Daar doe je het toch allemaal voor. De NHL heb ik al uit mijn hoofd gezet 😊….dus dan is dit toch mooi om mee te maken. Heb het hier prima naar mijn en hoef hier niet zo nodig weg. Ik hockey hier met heel veel plezier en dat vind ik belangrijk. De CEHL vind ik niet zoveel, slechts drie Nederlandse teams, dus laten we al die clubs gewoon lekker in de eredivisie brengen.”
Foto’s: Daan Kalksma




